Ik voel me lichtelijk egoïstisch bij dit schrijven, maar mijn voornemen was om dat gevoel voortaan te negeren en gewoon te bloggen wat er in mijn aantekeningenboekje terecht komt.
Het wordt me steeds duidelijker dat ik geen voorbeeld heb.
Ik ken simpelweg geen jonge audiovisuele vormgevers die voor zichzelf zijn begonnen na hun opleiding. Ik weet wel dat ze er zijn, maar de meesten zijn niet erg succesvol in het blijven doen wat ze leuk vinden èn genoeg brood op de plank brengen. Als ze dat laatste wel doen houden zich vaak meer bezig met winstgevende zaken dan met projecten die hun hart sneller doen kloppen. Vrouwelijke audiovisuele vormgevers zijn veel schaarser dan mannen en het is dat ik vorige week via Twitter achter het bestaan van een vrouwelijk duo kwam, maar anders had ik kunnen zeggen dat ik ze nog nooit gezien (online/offline) had.
Geen voorbeeld hebben is eng. Ik kan niet bij een leeftijdsgenoot langs gaan en vragen stellen waar de ander antwoord op heeft. Ik kan niet vragen welke valkuilen ik moet proberen te ontwijken of welke truukjes ik toe zou kunnen passen in mijn administratie.
Het voelt alsof ik één van de weinige kunstacademiestudenten ben die zich verdiepen in webdesign. Of het voordeel dat social media kan hebben voor jonge (creatieve) starters. Het voelt alsof ik de enige ben in mijn klas die serieus bezig is met de toekomst. Ik vermoed dat dit de reden is dat ik geen echte aansluiting vind. Ik heb leuke contacten, maar na mijn afstuderen zoek ik er waarschijnlijk slechts een stuk of drie op. Als ik niets beters te doen heb. Mijn studiegenoten zijn mijn studiegenoten. Geen vrienden.
Mijn vrienden zijn vaak vijf tot tien jaar ouder dan ik. En – ondanks dat ik het pijnlijk vind om op te schrijven – weinig succesvol. Wie een baan heft werkt voor mijn gevoel om geld te verdienen (niet omdat het bijv. ook leuk is) en de zelfstandigen die tot mijn vriendenkring behoren ‘vinden het wel best’.
Zelfpromotie is iets wat ze niet doen, een website is vaak statisch en/of niet up-to-date en naast je eigen bedrijfje nog twee tot drie dagen in de week bij de Kruidvat (of een vergelijkbare winkelketen) aan de slag gaan om rond te komen is eerder regel dan uitzondering. Men onderneemt niet, maar wacht af.
Ik sluit niet uit dat ik ook ergens anders aan de slag ga om in mijn levensonderhoud te kunnen voorzien, maar ik ben ervan overtuigd dat het voor het merendeel van de jonge zelfstandigen niet nodig is, als ze een actievere houding aan zouden nemen ten opzichte van zelfpromotie, klantenwerving en dergelijke.